nofear02
03-01-2008, 02:59
HISTORIE
1950-1955
Bij de eerste na-oorlogse Grand Prix in Engeland rijden er nog geen Ferrari's mee. Hierna zal het team een belangrijke rol gaan spelen in de Formule 1. Op 14 juli 1951 behaalt Froilán González op Silverstone de eerste overwinning voor Ferrari. Na deze zege volgen er al snel meer. In 1952 wint Alberto Ascari zes Grand Prix' achter elkaar en wordt gekroond tot de eerste wereld- kampioen in een Ferrari. Een jaar later is hij opnieuw de beste coureur en wint hij vijf races. Hierna neemt de overmacht van de Italiaanse renstal tijdelijk af.
1956-1960
In 1956 gaat Ferrari een samenwerking aan met Lancia. Het blijkt een gouden combinatie, want Juan Manuel Fangio wordt onmiddellijk wereldkampioen. Omdat Fangio niet goed met Enzo Ferrari kan opschieten, vertrekt hij na één seizoen. Ferrari beleeft een rampjaar en behaalt geen enkele zege. In 1958 wordt alles weer goed gemaakt. Met slechts één overwinning, maar met vijf tweede plaatsen
wordt Mike Hawthorn zeer verrassend de derde wereldkampioen voor Ferrari. In de volgende twee jaren zijn er nog wat kleine successen te vieren, maar geen kampioenschappen meer.
1961-1965
In 1961 behaalt Ferrari voor de eerste keer de constructeurstitel. De titel bij de coureurs lijkt naar de Ferrari-coureur Wolfgang von Trips te gaan. In Monza verongelukt hij echter dodelijk en zijn teamgenoot Phil Hill wordt wereldkampioen. Maar net zoals eerder het geval was: na een kampioenschap volgt een slecht seizoen. Een tweede plaats voor Hill in Monaco is het beste resultaat. In '63 behaalt ex- motorcoureur John Surtees de enige zege voor Ferrari. Een jaar later wordt hij met een punt voorsprong op Graham Hill wereldkampioen. Ferrari pakt voor de tweede keer de constructeurstitel.
1966-1970
Het enige hoogtepunt in 1966 is de dubbele Ferrari- overwinning bij de Grand Prix van Italië, waar Luigi Scarfiotti en Mike Parkes als eerste en tweede eindigen. De magere jaren volgen. In '67 behaalt Chris Amon enkele derde plaatsen en een jaar later wint alleen Jacky Ickx in de zeker niet langzame Ferrari 312. Het dieptepunt volgt in 1969, waarin de renstal slechts zeven punten scoort. De revival komt in 1970. Met een nieuw wagen wint Jacky Ickx drie Grand Prix' en wordt hij vice-wereldkampioen. Zijn teamgenoot Clay Regazzoni wordt uiteindelijk derde en wint in Italië.
1971-1975
Begin jaren zeventig is Ferrari niet bijster succesvol. Incidenteel wordt er nog wel eens gewonnen (voornamelijk door Jacky Ickx), maar vooral in 1973 beleven de Italianen een rampzalig seizoen. Slechts twaalf punten worden behaald. De toekomst ziet er slecht uit, totdat de Oostenrijker Niki Lauda wordt gecontracteerd. In zijn eerste seizoen voor Ferrari wint hij meteen
twee races. In 1975 wordt hij met overmacht wereldkampioen. Hij wint vijf races en daarom wordt ook Ferrari weer eens eerste in de strijd om de constructeurstitel.
1976-1980
In 1976 begint Lauda opnieuw oppermachtig. Met vijf zeges lijkt hij onbedreigd op de titel af te gaan, totdat hij op de Nürburgring een zwaar ongeluk krijgt. Hoewel hij wonderbaarlijk snel herstelt wordt James Hunt wereldkampioen. Ferrari wint wel de constructeurstitel. Een jaar hierna neemt de Oostenrijker revanche en wordt hij voor de tweede maal wereldkampioen. Toch vertrekt hij hierna. In 1978 zijn er wel overwinningen van de nieuwelingen Carlos Reutemann en Gilles Villeneuve maar wordt er geen titel behaald. Reutemann vertrekt ook en wordt vervangen door Jody Scheckter. Die wordt in 1979 wereldkampioen met vlak achter hem zijn teamgenoot Villeneuve. Jody Scheckter is voorlopig de laatste wereldkampioen in een Ferrari! Na de dubbele titel van 1979 gaat het goed mis. In '80 behaalt het team slechts acht punten. Gedesillusioneerd stopt Scheckter met racen.
1981-1985
In 1981 komt Ferrari voor het eerst aan de start met turbomotoren. Gilles Villeneuve wint de Grand Prix' van Monaco en Spanje, maar verder worden er weinig punten behaald. Een jaar later verongelukt de Canadees op Zolder. Zijn teamgenoot Didier Pironi lijkt wereldkampioen te worden, maar hij krijgt een zwaar ongeval op Hockenheim. Ferrari wint wel de constructeurstitel. In '83 wordt deze titel ook nog behaald dankzij René Arnoux (drie zeges) en Patrick Tambay (één zege). De volgende twee jaren grijpt Michele Alboreto drie overwinningen voor Ferrari en wordt hij in 1985 vice-wereldkampioen achter Alain Prost.
1986-1990
1986 is voor Ferrari een jaar om snel te vergeten. Een tweede plaats voor Alboreto is het hoogst haalbare. De nieuwe coureur Gerhard Berger redt het seizoen in 1987 door de laatste twee Grand Prix' te winnen. Verder is de wagen niet erg betrouwbaar. In '88 is McLaren onverslaanbaar: alle races worden gewonnen, op één na. De Grand Prix van Italië wordt gewonnen door Gerhard
Berger. Ferrari eindigt als tweede achter McLaren. Op 14 augustus 1988 overlijdt oprichter Enzo Ferrari op 90-jarige leeftijd. Nigel Mansell vervangt Alboreto en wint in 1989 twee races, Berger is de sterkste in Portugal. In 1990 heeft Ferrari het ijzersterke duo Alain Prost/Nigel Mansell. Desondanks worden er geen titels behaald. De Fransman wint vijf keer, maar Ayrton Senna is te sterk. Mansell wint één race.
1991-1995
Er volgen geen overwinningen in 1991. Prost eindigt teleurstellend vijfde, nieuwkomer Jean Alesi kan ook geen potten breken. Prost wordt ontslagen. 1992 is helemaal dramatisch. Alesi behaalt nog twee derde plaatsen, maar zijn teamgenoot Ivan Capelli haalt maar drie punten. In 1993 keert Gerhard Berger terug bij Ferrari, maar ook hij kan het tij niet keren. Een tweede plaats voor Alesi in Italië is het beste resultaat. Een jaar later gaat het iets beter. Oud-coureur Niki Lauda is inmiddels adviseur van het team geworden. Het helpt want Berger wint in Duitsland en eindigt als derde in de titelstrijd. Op 11 juni 1995 wint Jean Alesi eindelijk zijn eerste Grand Prix. Toch blijft de Ferrari iets boven de middenmoot en net onder de top.
1996-1999
In 1996 is er weer hoop als Ferrari Michael Schumacher contracteert. Er wordt begonnen aan een driejarenplan dat uiteindelijk de titel moet opleveren. Ondanks drie zeges is Schumacher in 1996 niet tevreden met zijn derde plaats. In 1997 strijdt hij om de titel, maar een manoeuvre om rivaal Jacques Villeneuve uit te schakelen kan niet verhinderen dat hij net naast de buit
grijpt. In lijn met het driejarenplan moet de titel dan maar in 1998 veroverd worden. De F300 is een betrouwbare auto en de strategie van Ferrari geldt als de beste in de Formule 1, maar McLaren heeft gewoon de sterkste auto. Duidelijk is wel dat Ferrari terug is aan de top. Dat is vooral te zien aan de prestaties van tweede man Eddie Irvine: hij verdubbelt zijn puntentotaal ten opzichte van 1997. 1999 is een raar jaar voor Ferrari. Schumacher heeft een ongelukkig seizoen door een crash op Silverstone, die hem kansloos maakt voor de titel. Eddie Irvine neemt het kopmanschap over. Hij doet dit niet slecht en gaat zelfs als titelfavoriet de slotrace in Japan in. Helaas stelt hij op de drempel van de titel teleur. Het jaar eindigt voor Ferrari met een troostprijs: de constructeurstitel is een stap in de goede richting.
2000-2001
In 2000 lijkt ook de rijderstitel er eindelijk van te komen als Michael Schumacher schijnbaar met speels gemak de eerste drie races van het jaar wint. Halverwege het seizoen is hij echter het slachtoffer van materiaalpech, race-incidenten en zijn eigen overijverigheid. Rivaal Mika Hakkinen kruipt dichterbij en passeert hem zelfs op de ranglijst. Maar na een emotionele
zege voor het Italiaanse publiek in Monza raakt Schumacher weer in de winning mood. Hij wint de laatste vier races van het jaar en haalt na 21 jaar de coureurstitel weer naar Maranello. Verder boekt Ferrari zijn tweede constructeurstitel op rij. 2001 geeft een beter Ferrari dan ooit te zien. Het team heerst als een vorst en stevent zonder onderbrekingen op beide wereldtitels
af. De dreiging van McLaren blijft uit en Michael Schumacher heeft geen kind aan naaste concurrent David Coulthard, die al gauw op ruime afstand staat. Vier races voor het einde van het seizoen zijn zowel de coureurstitel als de constructeurstitel een feit
1950-1955
Bij de eerste na-oorlogse Grand Prix in Engeland rijden er nog geen Ferrari's mee. Hierna zal het team een belangrijke rol gaan spelen in de Formule 1. Op 14 juli 1951 behaalt Froilán González op Silverstone de eerste overwinning voor Ferrari. Na deze zege volgen er al snel meer. In 1952 wint Alberto Ascari zes Grand Prix' achter elkaar en wordt gekroond tot de eerste wereld- kampioen in een Ferrari. Een jaar later is hij opnieuw de beste coureur en wint hij vijf races. Hierna neemt de overmacht van de Italiaanse renstal tijdelijk af.
1956-1960
In 1956 gaat Ferrari een samenwerking aan met Lancia. Het blijkt een gouden combinatie, want Juan Manuel Fangio wordt onmiddellijk wereldkampioen. Omdat Fangio niet goed met Enzo Ferrari kan opschieten, vertrekt hij na één seizoen. Ferrari beleeft een rampjaar en behaalt geen enkele zege. In 1958 wordt alles weer goed gemaakt. Met slechts één overwinning, maar met vijf tweede plaatsen
wordt Mike Hawthorn zeer verrassend de derde wereldkampioen voor Ferrari. In de volgende twee jaren zijn er nog wat kleine successen te vieren, maar geen kampioenschappen meer.
1961-1965
In 1961 behaalt Ferrari voor de eerste keer de constructeurstitel. De titel bij de coureurs lijkt naar de Ferrari-coureur Wolfgang von Trips te gaan. In Monza verongelukt hij echter dodelijk en zijn teamgenoot Phil Hill wordt wereldkampioen. Maar net zoals eerder het geval was: na een kampioenschap volgt een slecht seizoen. Een tweede plaats voor Hill in Monaco is het beste resultaat. In '63 behaalt ex- motorcoureur John Surtees de enige zege voor Ferrari. Een jaar later wordt hij met een punt voorsprong op Graham Hill wereldkampioen. Ferrari pakt voor de tweede keer de constructeurstitel.
1966-1970
Het enige hoogtepunt in 1966 is de dubbele Ferrari- overwinning bij de Grand Prix van Italië, waar Luigi Scarfiotti en Mike Parkes als eerste en tweede eindigen. De magere jaren volgen. In '67 behaalt Chris Amon enkele derde plaatsen en een jaar later wint alleen Jacky Ickx in de zeker niet langzame Ferrari 312. Het dieptepunt volgt in 1969, waarin de renstal slechts zeven punten scoort. De revival komt in 1970. Met een nieuw wagen wint Jacky Ickx drie Grand Prix' en wordt hij vice-wereldkampioen. Zijn teamgenoot Clay Regazzoni wordt uiteindelijk derde en wint in Italië.
1971-1975
Begin jaren zeventig is Ferrari niet bijster succesvol. Incidenteel wordt er nog wel eens gewonnen (voornamelijk door Jacky Ickx), maar vooral in 1973 beleven de Italianen een rampzalig seizoen. Slechts twaalf punten worden behaald. De toekomst ziet er slecht uit, totdat de Oostenrijker Niki Lauda wordt gecontracteerd. In zijn eerste seizoen voor Ferrari wint hij meteen
twee races. In 1975 wordt hij met overmacht wereldkampioen. Hij wint vijf races en daarom wordt ook Ferrari weer eens eerste in de strijd om de constructeurstitel.
1976-1980
In 1976 begint Lauda opnieuw oppermachtig. Met vijf zeges lijkt hij onbedreigd op de titel af te gaan, totdat hij op de Nürburgring een zwaar ongeluk krijgt. Hoewel hij wonderbaarlijk snel herstelt wordt James Hunt wereldkampioen. Ferrari wint wel de constructeurstitel. Een jaar hierna neemt de Oostenrijker revanche en wordt hij voor de tweede maal wereldkampioen. Toch vertrekt hij hierna. In 1978 zijn er wel overwinningen van de nieuwelingen Carlos Reutemann en Gilles Villeneuve maar wordt er geen titel behaald. Reutemann vertrekt ook en wordt vervangen door Jody Scheckter. Die wordt in 1979 wereldkampioen met vlak achter hem zijn teamgenoot Villeneuve. Jody Scheckter is voorlopig de laatste wereldkampioen in een Ferrari! Na de dubbele titel van 1979 gaat het goed mis. In '80 behaalt het team slechts acht punten. Gedesillusioneerd stopt Scheckter met racen.
1981-1985
In 1981 komt Ferrari voor het eerst aan de start met turbomotoren. Gilles Villeneuve wint de Grand Prix' van Monaco en Spanje, maar verder worden er weinig punten behaald. Een jaar later verongelukt de Canadees op Zolder. Zijn teamgenoot Didier Pironi lijkt wereldkampioen te worden, maar hij krijgt een zwaar ongeval op Hockenheim. Ferrari wint wel de constructeurstitel. In '83 wordt deze titel ook nog behaald dankzij René Arnoux (drie zeges) en Patrick Tambay (één zege). De volgende twee jaren grijpt Michele Alboreto drie overwinningen voor Ferrari en wordt hij in 1985 vice-wereldkampioen achter Alain Prost.
1986-1990
1986 is voor Ferrari een jaar om snel te vergeten. Een tweede plaats voor Alboreto is het hoogst haalbare. De nieuwe coureur Gerhard Berger redt het seizoen in 1987 door de laatste twee Grand Prix' te winnen. Verder is de wagen niet erg betrouwbaar. In '88 is McLaren onverslaanbaar: alle races worden gewonnen, op één na. De Grand Prix van Italië wordt gewonnen door Gerhard
Berger. Ferrari eindigt als tweede achter McLaren. Op 14 augustus 1988 overlijdt oprichter Enzo Ferrari op 90-jarige leeftijd. Nigel Mansell vervangt Alboreto en wint in 1989 twee races, Berger is de sterkste in Portugal. In 1990 heeft Ferrari het ijzersterke duo Alain Prost/Nigel Mansell. Desondanks worden er geen titels behaald. De Fransman wint vijf keer, maar Ayrton Senna is te sterk. Mansell wint één race.
1991-1995
Er volgen geen overwinningen in 1991. Prost eindigt teleurstellend vijfde, nieuwkomer Jean Alesi kan ook geen potten breken. Prost wordt ontslagen. 1992 is helemaal dramatisch. Alesi behaalt nog twee derde plaatsen, maar zijn teamgenoot Ivan Capelli haalt maar drie punten. In 1993 keert Gerhard Berger terug bij Ferrari, maar ook hij kan het tij niet keren. Een tweede plaats voor Alesi in Italië is het beste resultaat. Een jaar later gaat het iets beter. Oud-coureur Niki Lauda is inmiddels adviseur van het team geworden. Het helpt want Berger wint in Duitsland en eindigt als derde in de titelstrijd. Op 11 juni 1995 wint Jean Alesi eindelijk zijn eerste Grand Prix. Toch blijft de Ferrari iets boven de middenmoot en net onder de top.
1996-1999
In 1996 is er weer hoop als Ferrari Michael Schumacher contracteert. Er wordt begonnen aan een driejarenplan dat uiteindelijk de titel moet opleveren. Ondanks drie zeges is Schumacher in 1996 niet tevreden met zijn derde plaats. In 1997 strijdt hij om de titel, maar een manoeuvre om rivaal Jacques Villeneuve uit te schakelen kan niet verhinderen dat hij net naast de buit
grijpt. In lijn met het driejarenplan moet de titel dan maar in 1998 veroverd worden. De F300 is een betrouwbare auto en de strategie van Ferrari geldt als de beste in de Formule 1, maar McLaren heeft gewoon de sterkste auto. Duidelijk is wel dat Ferrari terug is aan de top. Dat is vooral te zien aan de prestaties van tweede man Eddie Irvine: hij verdubbelt zijn puntentotaal ten opzichte van 1997. 1999 is een raar jaar voor Ferrari. Schumacher heeft een ongelukkig seizoen door een crash op Silverstone, die hem kansloos maakt voor de titel. Eddie Irvine neemt het kopmanschap over. Hij doet dit niet slecht en gaat zelfs als titelfavoriet de slotrace in Japan in. Helaas stelt hij op de drempel van de titel teleur. Het jaar eindigt voor Ferrari met een troostprijs: de constructeurstitel is een stap in de goede richting.
2000-2001
In 2000 lijkt ook de rijderstitel er eindelijk van te komen als Michael Schumacher schijnbaar met speels gemak de eerste drie races van het jaar wint. Halverwege het seizoen is hij echter het slachtoffer van materiaalpech, race-incidenten en zijn eigen overijverigheid. Rivaal Mika Hakkinen kruipt dichterbij en passeert hem zelfs op de ranglijst. Maar na een emotionele
zege voor het Italiaanse publiek in Monza raakt Schumacher weer in de winning mood. Hij wint de laatste vier races van het jaar en haalt na 21 jaar de coureurstitel weer naar Maranello. Verder boekt Ferrari zijn tweede constructeurstitel op rij. 2001 geeft een beter Ferrari dan ooit te zien. Het team heerst als een vorst en stevent zonder onderbrekingen op beide wereldtitels
af. De dreiging van McLaren blijft uit en Michael Schumacher heeft geen kind aan naaste concurrent David Coulthard, die al gauw op ruime afstand staat. Vier races voor het einde van het seizoen zijn zowel de coureurstitel als de constructeurstitel een feit